Neem contact op: bel 071 573 0820 of mail info@stratelligence.nl

Nieuwsberichten

Rendabele oplossingen binnen de energietransitie

Het belang van de juiste vragen

In ons vorig artikel bespraken wij de noodzaak van goede transitieoplossingen in het kader van de energietransitie. Maar hoe weet je nu of de oplossing die je voor ogen hebt, ook echt de juiste keuze is, zowel op korte termijn als op lange termijn en bijdraagt aan een eindoplossing die uiteindelijk rendabel is. Om dit belang te onderstrepen, vervolgen wij met een toelichting en praktische voorbeelden bij het viertal genoemde essentiële vragen:

Kun je lang genoeg van de oplossing gebruik maken, zodat de specifieke investeringen terugverdiend worden of kunnen de benodigde investeringen hergebruikt worden?

Neem nu het voorbeeld van een tussenoplossing zoals Carbon Capture Storage: een oplossing waarbij de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van (fossiele) brandstoffen wordt afgevangen, getransporteerd en ondergronds wordt opgeslagen. Het is geen eindoplossing, omdat de ondergrondse opslag op een gegeven moment vol is. De oplossing koopt als het ware tijd, maar vraagt wel grote investeringen in de infrastructuur voor transport en opslag In veel gevallen moeten ook de installaties aangepast worden of geheel vervangen. Deze nieuwe investeringen vragen doorgaans een afschrijvingstermijn van 20-30 jaar voor installaties en 50 jaar voor leidingen. Stel dat er ruim voor die tijd een betere en rendabelere oplossing komt, dan verdienen de investeringen zich onvoldoende terug. Of juist wel, als er een nieuwe toepassing mogelijk is.

Bepaal welke looptijd minimaal nodig is om een investering te laten renderen, en of de kans voldoende groot is dat deze looptijd kan worden bereikt.

Heeft de gekozen oplossing een beter rendement of lager risico dan het alternatief, nl. direct kiezen voor de eindoplossing, met het risico dat je verkeerd kiest?

Een veel genoemde goede eindoplossing is het gebruik van een warmtepomp om te verduurzamen. Een warmtepomp heeft een hoog rendement, doordat een deel van de energie uit de lucht of het water wordt gehaald. Je krijgt als het ware vier keer zoveel energie als dat je nodig hebt van het net. Maar zolang er nog van kolenstroom gebruik wordt gemaakt, is die stroom nog niet groen. Belangrijk is bovendien dat in de winter de elektrificering voor een grote onbalans in het stroomnetwerk kan zorgen.

Een pelletkachel heeft deze nadelen niet en wordt op dit moment door de overheid gesubsidieerd als goed alternatief voor woning- of sfeerverwarming. Inderdaad een goede keuze wanneer het gaat om het terugbrengen van de CO2-uitstoot, maar een mindere keuze wanneer we kijken naar de uitstoot van fijnstof, en daarom misschien maar een tijdelijke oplossing. Wanneer het windstil is, mistig of er smog in de lucht hangt, is in enkele gemeenten al sprake van een stookverbod. Er zijn steeds meer voorstanders van een algeheel verbod. Als dat gebeurt, hebben welwillende duurzame burgers wellicht voor niks investeringen gedaan.

Focus niet alleen op de CO2-besparing maar inventariseer alle effecten van een oplossing en neem die mee in de keuze.

Draagt de tussenoplossing bij aan het succes van de eindoplossing of is er sprake van een mogelijke lock-in?

Vanwege het risico van aardbevingen in Groningen wil het kabinet nu snel een einde maken aan het gebruik van Gronings gas. Als oplossing kiest men voor de bouw van een stikstoffabriek waarmee geïmporteerd hoogcalorisch gas kan worden verdund tot laagcalorisch gas, dat geschikt is voor onze cv-ketels. Dit is een tijdelijke oplossing totdat we helemaal van het gas af zijn. Echter, deze tijdelijke oplossing levert geen CO2-besparing op, maar een verhoging. Het is dan ook de vraag of dit het realiseren van de klimaatdoelen dichterbij brengt, of eerder voor een lock-in zorgt. Geld kan immers maar één keer uitgegeven worden en door het ontbreken van een stap in het terugbrengen van CO2 of investering in technieken die daarbij helpen (bijvoorbeeld waterstofbijmenging) kan dit het realiseren van de doelen juist moeilijker maken.

Zorg dat er geen investeringen gedaan worden die je mogelijk verder van het bereiken van de klimaatdoelen afbrengen. Het is al moeilijk genoeg ze te realiseren.

Is er voldoende draagvlak om in de oplossing te investeren?

Veel oplossingen vragen extra investeringen en er lijkt op dit moment bij weinigen draagvlak te bestaan om deze meerkosten volledig zelf te dragen (burger, bedrijfsleven, overheid).

Echter als we dit en de vorige vragen gebruiken om geen stappen te zetten, kan het in de toekomst wel eens nóg duurder uitpakken en wentelen we de kosten af op de volgende generaties. Veel oplossingen vragen onderzoek, aanpassingen van regelgeving en tijd om de transitie door te voeren. We mogen dus niet afwachten. Maar evenmin kunnen we diegenen die wel vooroplopen, laten opdraaien voor de volledige meerkosten of verliezen bij tussentijdse beleidswijzigingen. In ieder geval moeten we investeringen voorkomen die niet positief scoren op de eerste drie vragen. Want dat zal een positief antwoord op de laatste vraag steeds lastiger maken.

Socialiseer de meerkosten en investeer tijdig in het vinden van de goede antwoorden en de juiste randvoorwaarden van beleid.

Samen zoeken naar antwoorden op deze vragen

Ook al stellen we de juiste vragen, het vinden van de juiste oplossingen waarbij je positief kunt antwoorden op al deze vragen is nog niet zo eenvoudig. Logisch ook, anders hadden deze al lang kant en klaar op de plank gelegen. Kernwoord in de energietransitie is ‘samenwerking’. Laten we samenwerken om te komen tot goede afwegingskaders die uiteindelijk leiden tot concrete rendabele plannen.

“Iedereen is nodig om de uitstoot van broeikasgas in 2030 met minstens 49 procent te reduceren. Niemand kan het alleen. De overheid niet, het bedrijfsleven niet en de maatschappij niet.” Ed Nijpels, voorzitter Klimaatberaad

Lees meer...

Transitieoplossingen nodig voor uitvoering van de klimaatwet

Bereiken van klimaatdoelen vraagt goed inzicht in ontwikkel- en transitiepaden

Op 27 juni presenteerde een coalitie bestaande uit 7 regeringspartijen en oppositiepartijen een ambitieuze klimaatwet. Ze spreken daarin af dat de CO2-uitstoot in het jaar 2050 95 procent lager moet zijn dan in 1990. Het streven is om in 2030 al 49 procent minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Om dergelijk grote doelen te kunnen bereiken, zijn transitieoplossingen nodig die uitgaan van een onderbouwde langetermijnvisie en vooral inzicht en kennis over het energiesysteem.

Maatregelen en financiering

De klimaatwet bevat geen maatregelen of financieringsbudgetten voor de uitvoering van de gemaakte afspraken. Daarvoor zijn de opvattingen van de politieke partijen te verschillend van elkaar. Het succes van deze wet zal daarom afhangen van de concrete afspraken die nog nader moeten worden vastgelegd in het zogeheten klimaatakkoord, waarover bedrijven en maatschappelijke organisaties op dit moment onderhandelen. Op 10 juli zal een voorlopig akkoord op hoofdlijnen gepresenteerd worden.

Transitieoplossingen

Transitieoplossingen zijn maatregelen die een rol vervullen op weg naar het bereiken van de doelen voor 2050, maar geen onderdeel zijn van het gewenste eindbeeld. Je kunt bijvoorbeeld denken aan het bijmengen van waterstof in het gasnet, het bestaande gebruik van biobrandstoffen in het wegverkeer en het afvangen en onder de grond stoppen van CO2.

Ze zijn belangrijk en zelfs noodzakelijk in een van de volgende situaties:

  • Wanneer we al stappen willen of moeten zetten om de doelen tijdig te realiseren, maar er nog geen goed of betaalbaar eindalternatief beschikbaar is, of er grote kans is de verkeerde oplossing te kiezen.
  • In geval van een zogenaamd ‘kip-ei-probleem’. Zonder aanbod van voldoende laadpalen kwam de vraag naar elektrische auto’s niet van de grond, maar zonder vloot elektrische voertuigen ontstaat er geen aanbod van laadpunten. Vandaar dat hybride voertuigen goede transitieoplossingen waren.

Een transitieoplossing kan dan helpen om de vereiste voortgang te boeken richting te bereiken doelen of het kip-ei-probleem te doorbreken.

Afwegingen

Het is altijd zaak dat gekozen maatregelen en transitiepaden de eindoplossing versterken en niet (op lange termijn) hinderen. Je moet laten zien dat de oplossingen op langere termijn rendabel kunnen worden en de juiste keuze op het juiste moment zijn.

Essentiële vragen die daarbij beantwoord moeten worden:

  • Kun je lang genoeg van de oplossing gebruikmaken, zodat de specifieke investeringen terugverdiend worden of kunnen de benodigde investeringen hergebruikt worden?
  • Heeft de gekozen oplossing een beter rendement of lager risico dan het alternatief, nl. direct kiezen voor de eindoplossing, met het risico dat je verkeerd kiest?
  • Draagt de tussenoplossing bij aan het succes van de eindoplossing of is er sprake van een mogelijke lock-in?
  • Is er voldoende draagvlak om in de oplossing te investeren?

Stratelligence

Stratelligence, die aan de wieg stond van het adaptief programmeren, helpt bij het bepalen van de voor- en nadelen van de oplossingen en het analyseren van de risico’s, zoals eventuele lock-in. Stratelligence stelt zich als doel optimale ontwikkelpaden en transitiepaden te bedenken. Dat gebeurt actief en leidt soms tot het vinden van nieuwe transitieoplossingen.

 

“If I had an hour to solve a problem and my life depended on it, I would use the first 55 minutes determining the proper questions to ask.” Albert Einstein

Lees meer...

Energietransitie: van (aard)gas los, maar hoe?

Houd voor bestaande woningen de opties open

Sinds het Klimaatakkoord van Parijs is het tegengaan van klimaatverandering een internationaal beleidsdoel waarbij fossiele brandstoffen volledig vervangen moeten worden door duurzame energiebronnen. Op het gebied van groene stroom en elektrisch vervoer zijn in Nederland stappen gezet. Eén van de grote uitdagingen van de energietransitie is de verwarming van de huizen en gebouwen. In Nederland is nu nog ongeveer 95% van de huizen afhankelijk van aardgas voor verwarming.

Willen we in 2050 volledig gestopt zijn met het gebruik van aardgas en overgestapt zijn op duurzame energie? Het kabinet vindt van wel. Dit betekent dat vanaf nu gemiddeld 200.000 woningen per jaar moeten stoppen met het gebruik hiervan en dat alle nieuwbouw ook aardgasloos moet worden uitgevoerd. Dit is een zeer grote opgave en bij de haalbaarheid worden nog heel wat vraagtekens gezet.

Het kabinet delegeert deze schone taak aan gemeenten en provincies. Zij moeten dus verduurzamen, maar op de vraag hoe is geen duidelijke strategie geformuleerd. Het is daarom van groot belang verschillende opties te kennen, kosten en baten op korte en langere termijn tegen elkaar af te zetten en op basis daarvan een plan uit te werken. Een plan dat uitgaat van adaptief denken met ingebouwde mogelijkheden tot bijsturing en aanpassing. Waterstof zou wel eens een sleutelrol kunnen spelen in dit proces.

Veel verschillende opties

Afhankelijk van het type huizen bestaan er veel verschillende mogelijkheden. Zo kunnen huizen elektrisch verwarmd worden, ze kunnen worden aangesloten op een warmtenet, er kan restwarmte van de industrie gebruikt worden of geothermie, het uit de bodem pompen van heet water. Mogelijke opties moeten per gebied en type woning zorgvuldig worden afgewogen.

Nieuwbouwhuizen worden al steeds meer volledig elektrisch verwarmd. Voor bestaande bouw is dat vaak een relatief dure of onwenselijke oplossing. Voor elektrische verwarming moet een woning goed geïsoleerd worden om het ook in strenge winters comfortabel te kunnen krijgen en is bijvoorbeeld vloerverwarming ideaal. Bestaande huizen achteraf of beter isoleren is duur en vraagt het plaatsen van voorzetwanden, of verwijderen van originele parketvloeren en glas in lood. De vraag is of we dat willen. Bovendien leidt het volledig elektrisch verwarmen tot een enorme piekvraag naar elektriciteit in de koude wintermaanden, die met alleen stroom uit zon en wind niet geleverd kan worden. Wat kan is verwarming uit restwarmte uit de industrie, geothermie of het gebruik van biogas. Koken kan dan elektrisch. Deze energiebronnen zijn echter lang niet overal te vinden, vragen veel installatieruimte, of er is in geval van biogas maar een beperkte hoeveelheid van beschikbaar.

Gemeenten maar ook consumenten staan dus voor de vraag hoe nu verder met de huidige woningvoorraad. Ze willen vaak wel verantwoordelijkheid voor hun eigen energieverbruik nemen, maar wel op een efficiënte en effectieve manier. Je wilt tenslotte niet als milieubewuste inwoner dure installaties laten aanleggen om er na 10 jaar achter te komen dat je gemeente een centrale warmtevoorziening aanlegt.

De mogelijke sleutelrol van waterstof

Onderzoek naar waterstof is in volle gang en lijkt een reële en kansrijke optie te zijn voor situaties waar de logische oplossing nu nog niet vaststaat. Waterstof kan in principe zonder grote aanpassingen via het bestaande gasnet worden vervoerd en vereist geen bouwkundige aanpassingen in huis. Het kan daarom verstandig zijn huidige gasleidingen te laten liggen en bij groot onderhoud materialen te gebruiken die meteen geschikt zijn voor 100% waterstof. Huiseigenaren en gemeenten van bestaande oudere woningen in binnensteden, vooroorlogse wijken en in het buitengebied doen er verstandig aan wel te isoleren, maar verder nog even af te wachten. Houd alle opties open totdat de no-regret oplossing duidelijk is. Zorg in de tussentijd dat er meer groene stroom wordt opgewekt en doe onderzoek naar het beste verwarmingsalternatief op termijn.

Goedkoop is duurkoop

Vaak blijken de kosten van vandaag of komende jaren doorslaggevend te zijn om een bepaalde keuze voor maatregelen of technologieën te maken. Met meer inzicht kan over tien of twintig jaar blijken dat het toch niet de juiste keuze is geweest. Door adaptief te denken, kan er op een verstandige en transparante wijze een beslissing worden genomen. Hierbij wordt rekening gehouden met alle onzekerheden en afhankelijkheden in de technologische ontwikkeling, het beleid van de overheid, de rol die het bedrijfsleven inneemt en de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Alleen op die manier kan het doel om te komen tot een volledig duurzame energievoorziening zo efficiënt mogelijk bereikt worden.

“If there is time to reflect, slowing down is likely to be a good idea.”

(Daniel Kahneman, winnaar Nobelprijs voor de Economie, 2002)

Lees meer...

Adaptief programmeren noodzakelijk bij energietransitie

Adaptief programmeren, de juiste beslissing op het juiste moment

In de zomer van dit jaar moeten er in het Energie- en Klimaatakkoord op hoofdlijnen afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop Nederland de opwarming van de aarde beperkt en de CO2-uitstoot terugdringt. In de tweede helft van dit jaar is de concrete uitwerking hiervan gepland. De praktische uitvoering van dit Klimaatakkoord zal starten in 2019. Adaptief programmeren kan hierbij een belangrijke rol spelen.

Het is vrijwel onmogelijk en onwenselijk toekomstige maatregelen nu al helemaal vast te leggen. Toch moeten er oplossingen bedacht worden die kunnen meegroeien met steeds vernieuwende inzichten en omstandigheden. Om over- en onderinvestering te voorkomen ontwikkelde Stratelligence voor het Deltaprogramma de methode adaptief deltamanagement. De algemene aanpak is door het kabinet omarmd en opgenomen in de spelregels voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daarnaast is adaptief programmeren waardevol voor de energietransitie, zoals blijkt uit het hoofdstuk over adaptiviteit van Gigi van Rhee in het boek ‘Energie Ruimte Klimaat’ van begin dit jaar. De werkwijze kan helpen ook bij de energietransitie de juiste keuzes op het juiste moment te maken.

Wat is adaptief programmeren?

Adaptief programmeren is het zo slim mogelijk omgaan met onzekerheden en kansen, door deze te onderkennen en transparant mee te nemen bij besluitvorming. Dit wil zeggen dat je meebeweegt met ontwikkelingen door uit te gaan van een continu wijzigend toekomstbeeld. Een stap voor stap aanpak. Hiermee creëer je ruimte om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en veranderende inzichten. Het legt de verbinding tussen kortetermijnbeslissingen en langetermijnopgaven en zoekt expliciet naar kansen om de functionaliteit te verbeteren door een brede scope en het benutten van verbindingen tussen opgaven.

Noodzaak voor adaptief programmeren in energietransitie

De energietransitie is een enorme opgave met grote onzekerheden. Zonder rekening te houden met deze onzekerheden en zonder tussentijdse bijsturing is de kans klein dat het doel op tijd en efficiënt bereikt wordt.

We weten dat in 2050 de CO2-uitstoot sterk verminderd moet zijn. Maar hoe groot zal de vraag naar energie in 2050 precies zijn en hoe groot is dan de opgave? Welke nieuwe technologieën gaan welke bijdrage leveren aan de verduurzamingsopgave, en is dat dan voldoende?

Als de energievraag hoger uitvalt dan nu verwacht, bestaat het risico dat er onvoldoende klimaatneutrale energie opgewekt wordt. Ondanks alle inspanningen is vorig jaar de uitstoot door de economische ontwikkeling immers toch gegroeid.

Tegelijkertijd bestaat er het risico dat er te veel wordt geïnvesteerd in de verkeerde technieken of te veel infrastructuur wordt aangelegd. Grote investeringen in de elektriciteitsinfrastructuur kunnen deels voorkomen worden als technieken om elektriciteit op te slaan bijvoorbeeld succesvol zijn.

Meerwaarde adaptief programmeren

Adaptief programmeren is vooral toepasbaar op langetermijnbeleid en investeringen waarbij de optimale strategie afhangt van hoe bepaalde onzekerheden (markt, klimaat, techniek, kennis, etc.) zullen uitpakken.

Een adaptieve aanpak levert voor dit soort vraagstukken de volgende voordelen op:

  1. Een lager risico op over- en onderinvestering door rekening te houden met onzekerheden, mogelijkheden optimalisatie over tijd en inbouwen flexibiliteit;
  2. Meer kansen om functionaliteit te verbeteren en innovatieve oplossingen te vinden door een bredere scope en zoeken naar meekoppelkansen;
  3. Betere onderbouwing van besluitvorming door meer en betere beslisinformatie;
  4. Effectievere samenwerking tussen partijen doordat deze een ambitie delen en gezamenlijk een voorkeursstrategie zoeken.

Voor de energietransitie staan we pas aan het begin van de toepassing, maar blijkt dat de aanpak meer handelingsperspectief biedt en helpt bij het identificeren van no-regret keuzes en integrale oplossingen. Duidelijk is dat de energietransitie vraagt om combinatie van technieken, aangezien we met geen enkele oplossing de langetermijnopgave kunnen realiseren. Ook blijkt dat er nu al reserveringen nodig zijn om ruimte open te houden voor de opwekking van duurzame energie op lange termijn. In alle geïdentificeerde toekomstscenario’s speelt wind op zee een grote rol. Dit is daarom een no-regret keuze, die sneller uitgerold moet worden om over een aantal jaar geen niet meer in te halen achterstand te hebben.

“We moeten niet alleen nadenken maar ook vóórdenken en vooruit plannen. Regeren is vooruitzien.”
(Gigi van Rhee, directeur Stratelligence)

Meer lezen over adaptiviteit of adaptief programmeren?

–          Klik hier voor publicaties adaptief programmeren

 

Lees meer...

“Mooie impuls voor de energietransitie en de verduurzaming van onze economie.”

Stratelligence verbindende factor bij totstandkoming waterstofconvenant (H2G-O)

Op 8 december 2017 werd het ‘Convenant groene waterstofeconomie Zuid-Holland: Proeftuin Energy Island Goeree-Overflakkee (H2G-O)’ door maar liefst 28 nationale en internationale partijen ondertekend. Een convenant waarvan Stratelligence in opdracht van de provincie Zuid-Holland penvoerder mocht zijn. Een van de ondertekenaars was commissaris van de Koning Jaap Smit namens de provincie Zuid-Holland. Hij omschrijft het convenant als:

“Mooie impuls voor de energietransitie en de verduurzaming van onze economie.”

De provincie heeft het eiland Goeree Overflakkee aangewezen als proeftuin voor energietransitie met grootschalige zonneparken, windmolens en diverse groene waterstofprojecten. Het ontwikkelen van vergroeningsroutes voor waterstof is van groot belang voor onze economie en voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In 2020 zal het eiland niet alleen energieneutraal functioneren, maar volgens de huidige berekeningen zelfs al meer dan twintig procent groene energie overhouden.

De partijen die zijn opgenomen in het convenant lopen uiteen van overheden zoals provincie Zuid-Holland, de gemeente Goeree-Overflakkee en gemeente Rotterdam, kennisinstellingen zoals TU Delft en ECN, tot grote partijen uit het bedrijfsleven zoals Siemens, Yara, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam en Toyota. In het convenant stellen de partijen zich samen het doel economisch interessante en kansrijke projecten op het gebied van waterstof te onderzoeken en realiseren in de regio.

Het programma bestaat uit verschillende deelprojecten die worden onderzocht en zo mogelijk worden uitgevoerd:

  • De productie van groene waterstof op basis van elektrolyse
  • Toepassing van waterstof in de mobiliteit
  • Een demonstratiefabriek voor groene ammoniakproductie
  • Een demonstratiewijk met bestaande bouw die door middel van groene waterstof verwarmd wordt
  • Het ontwikkelen van een regionale waterstofrotonde
  • Netbalancering met opslag van elektriciteit via elektrolyse

Met het vervullen van een neutrale en verbindende rol kon Stratelligence vóórdenken in gedeelde belangen en zorgdragen voor betrokkenheid en samenwerking tussen al deze partijen. Binnen slechts acht weken is het initiatief tot deze regionale groene waterstofeconomie opgesteld én ondertekend.

Een prachtig voorbeeld dat inspireert voor waterstoftoepassingen elders in het land en de rest van de wereld. Wellicht stevenen we af op een wereldwijde waterstofeconomie met waterstof als de belangrijkste energiedrager in plaats van de huidige fossiele brandstoffen. Voorwaarde is dan natuurlijk wel dat die waterstof duurzaam wordt gewonnen. Het gebruik van waterstof biedt oplossingen voor alle toepassingen van fossiele energie én voor het tijdelijk opslaan van energie uit de huidige duurzame maar fluctuerende energiebronnen. Het zal de afhankelijkheid van olie en aardgas doen afnemen en de economie vergroenen en versterken.

“Waterstof heeft de potentie het nieuwe – klimaatneutrale – aardgas te worden.”

(Gigi van Rhee, directeur Stratelligence)

Lees meer...