De elektriciteitsinfrastructuur ontpopt zich als een van de grootste hoofdpijndossiers van Nederland. Het recent gepubliceerde onderzoek ‘Schakelen naar de toekomst’ raamt de benodigde investeringen op zo’n €200 mrd tot 2040, meer dan €11.000 per inwoner. Toch is de investering maatschappelijk noodzakelijk. Anders blijft Nederland door de lange wachttijden voor netaansluitingen op slot. Verduurzaming stagneert en ondernemers kunnen niet ondernemen.
De huidige oplossingen, zoals dynamische energietarieven gebaseerd op schaarste, missen een cruciaal element: de transportafstand. Door deze factor wél mee te nemen in de vorm van kWh-kilometers, ontwerpen we een efficiënter, rechtvaardiger en betrouwbaarder energiesysteem.
Energie-intensieve clusters
In het verleden ontstonden industriële clusters zoals Chemelot in Limburg en het Ruhrgebied rondom steenkoolmijnen – logisch, want een vestiging dichtbij kolen als energiebron was een groot concurrentievoordeel. Nu we overstappen op elektriciteit uit wind op zee en zonne-energie, blijven deze industriegebieden op dezelfde plek, terwijl de energiebron verhuisde. Elektriciteit moet nu honderden kilometers afleggen, wat enorme investeringen in hoogspanningsinfrastructuur vereist.
Intussen betaalt een industriële gebruiker die elektriciteit afneemt van 200 kilometer afstand hetzelfde tarief als een bedrijf dat stroom gebruikt van de zonnepanelen uit de buurt. De kosten van die lange transportafstand worden gesocialiseerd – iedereen betaalt mee, ook degenen die vraag en aanbod lokaal balanceren.
De hoogte van de infrastructuurinvesteringen is afhankelijk van de transportafstand. Door de afstand tussen productie en gebruik als indicator te nemen voor ontwerp, netwerktarieven en mogelijk zelfs prioritering, stimuleren we een afname van de kWh-kilometers, wat noodzakelijk is om congestie tegen te gaan.
Economisch principe
Wanneer de netwerktarieven afhankelijk zijn van de transportafstand, stimuleert dit energie-intensieve fabrieken zich te vestigen bij aanlandpunten van windenergie, in plaats van in het binnenland. Ook is het slim om nieuwe biomassa- of kerncentrales aan te leggen waar de vraag naar elektriciteit het aanbod overstijgt. Het gaat om het economisch principe dat degene die kosten veroorzaakt, verantwoordelijk is voor het betalen ervan. De praktijk laat zien dat wanneer mensen geconfronteerd worden met de werkelijke kosten van hun gedrag, ze eerder geneigd zijn zich aan te passen in maatschappelijk wenselijke richting. Zo zorgde congestieheffing in Londen voor een sterke afname van verkeer en het beprijzen van CO2 via het ETS-systeem tot minder uitstoot. Een kWh-kilometerprijs daagt elektriciteitsgebruikers uit oplossingen te zoeken die de transportafstand minimaliseren. Met als resultaat een efficiënter energiesysteem en snellere vermindering van de congestie.
Juist het mkb getroffen
Wie investeert in nabije energiebronnen betaalt niet mee aan de transportkosten van anderen die energie van ver laten komen. Dat kan door het gebruik van batterijen en eigen opwek of het afstemmen van gebruik met andere afnemers, zoals nu in energiehubs. Dat is eerlijker dan de huidige situatie waarin men wel meebetaalt en in het ergste geval langer op de wachtlijst staat voor een capaciteitsuitbreiding, omdat mensen en middelen zijn gereserveerd voor de aanleg van langeafstandtransportcapaciteit. Juist het mkb, de motor van onze economie, wordt hierdoor getroffen.
Een systeem van gebalanceerde lokale clusters met korte transportafstanden is minder kwetsbaar voor verstoringen dan een netwerk waarin de elektriciteitsstromen over grote afstanden (het hoogspanningsnet), en de distributienetten over kleine afstanden (midden- en laagspanningsnetten) verknoopt zijn. Vergelijk het met NS-treinen: bij een lokale pendeldienst leidt een storing tot problemen op één traject, terwijl in het huidige gekoppelde systeem één incident landelijke gevolgen heeft. De ingewikkelde samenhang nu tussen het hoogspannings-, middenspannings-, en laagspanningsnet die varieert per dag en seizoen maakt het beheer complex. Zo meldde de beheerder van het hoogspanningsnet TenneT vorig jaar dat het nog niet mogelijk is in Flevoland, Gelderland en Utrecht op grote schaal energiehubs uit te rollen die de regionale congestie verzachten. Aanvullende flexibiliteitsmaatregelen zijn nodig om de situatie op het hoogspanningsnet te beheersen.
Fossiele tijdperk
Natuurlijk is het concept van kWh-kilometers niet eenvoudig in te voeren, zeker niet voor kleingebruikers met beperkte verandermogelijkheden. Maar voor nieuwe productielocaties en (bestaande) grootverbruikers kan dit concept wél bijdragen aan een duurzamer energiesysteem.
De vraag is principieel: willen we onze toekomstige energie-infrastructuur baseren op een ruimtelijke inrichting die stamt uit het fossiele tijdperk, of kiezen we voor een toekomstbestendige aanpak?
Zoals we nadenken over een kilometerheffing voor weggebruikers, zo moeten we de ruimtelijke impact van energiegebruik meewegen in onze energietarieven. Dan bouwen we aan een energiesysteem dat duurzamer is in productie én in distributie.
Gigi van Rhee is onderzoeker en eigenaar bij Stratelligence, dat adviseertover energietransitie en klimaatadaptatie.
Dit artikel is gepubliceerd in het Financieel Dagblad. Voor hergebruik gelden de auteursrechten van het FD. Voor vragen over dit onderwerp of gerelateerd advies, neem contact op.