Paneldiscussie over het begroten van nationale adaptatieplannen
5 november 2026 – Tijdens het OECD COP31 Virtual Pavilion vond de online sessie Costing National Adaptation Plans for Scaled-up Action plaats. Gigi van Rhee van Stratelligence nam deel aan het panel en deelde haar ervaringen met het Nederlandse Deltaprogramma.
Van plan naar uitvoering
De meeste landen hebben inmiddels een nationaal adaptatieplan, maar de uitvoering blijft achter bij de toenemende klimaatrisico’s. Om plannen uit te voeren is inzicht nodig in de benodigde investeringen, in wie welke verantwoordelijkheid draagt en in de manier waarop voortgang wordt gevolgd. De sessie ging in op de manier waarop landen de kosten van adaptatie inschatten, welke belemmeringen zij daarbij tegenkomen en wat nodig is om de uitvoering op te schalen.
Naast Gigi van Rhee bestond het panel uit Julián Nicolás Grajales Amórtegui (National Planning Department, Colombia) en Philippe Wen (French Treasury), die de Franse meerjarige financieringsstrategie voor de ecologische transitie toelichtte. Walid Oueslati (OECD) verzorgde de opening en Catherine Gamper (OECD) leidde de discussie.
Kosten zijn nodig, maar niet genoeg
In haar bijdrage liet Gigi van Rhee zien dat kostenramingen in het Deltaprogramma nooit los staan van andere vragen: welk probleem lost een maatregel op, hoe effectief is hij, wat levert hij op en is dit het juiste moment om te investeren?
Het Deltaprogramma Zoetwater laat zien hoe die afweging zich heeft ontwikkeld. In de eerste fase lag de nadruk op kosteneffectiviteit. Voor de deltabeslissing van 2021 is een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd. In de huidige fase wordt elke maatregel beoordeeld vanuit drie perspectieven: kosteneffectiviteit, maatschappelijke kosten en baten, en een multicriteria-analyse voor effecten die moeilijk in geld zijn uit te drukken. Die perspectieven leiden tot verschillende pakketten. Maatregelen in stedelijk gebied en het hergebruik van gezuiverd afvalwater zijn bijvoorbeeld niet de goedkoopste manier om tekorten te verminderen, maar scoren wel goed op bredere waarden en flexibiliteit. Zo worden afwegingen zichtbaar in plaats van verstopt in één getal.
Onzekerheid en timing
Over de vraag hoe overdraagbaar de aanpak is, wees Gigi van Rhee op adaptatiepaden: een reeks beslissingen waarvan alleen de eerste nu genomen hoeft te worden, zolang er voldoende vervolgstappen zijn om het doel binnen bereik te houden. Zo voorkom je dat je te vroeg te veel investeert, maar ook dat je zo lang wacht dat adaptatie veel duurder wordt of te laat komt.
Ze illustreerde dit met de Roode Vaart in Zevenbergen. Een optie-analyse uit 2012 liet zien dat een vroege investering in zoetwateraanvoer verstandig was, ook zonder te weten of het Volkerak-Zoommeer zout zou worden. De Roode Vaart werd in 2022 geopend. Het meer is niet zout gemaakt en wordt nu gezien als zoetwaterbuffer. De investering bleek ook in die andere toekomst waardevol.
Dezelfde aanpak werkt buiten het waterbeheer. Ze noemde een studie uit 2020 naar het verduurzamen van de verwarming van bestaande woningen, waarin een hybride warmtepomp als eerste stap werd voorgesteld bij het vervangen van de cv-ketel.
Aanbevelingen
Tot slot gaf Gigi van Rhee drie aanbevelingen aan landen die beginnen met het begroten van hun adaptatieplannen:
- Begin bij de beslissingen die genomen moeten worden, niet bij de kostenraming.
- Houd de analyse proportioneel en vergeet de baten niet die moeilijk in geld zijn uit te drukken.
- Kijk naar de lange termijn, maar houd de strategie flexibel: wat kost wachten, en wat kost te vroeg handelen?
Kort samengevat: cost a pathway, not a project.
Geregistreerde deelnemers kunnen de sessie terugkijken via het OECD COP31 Virtual Pavilion.
Meer informatie:
- [Sessiepagina OECD COP31 Virtual Pavilion →]
- [Methodiek: Adaptief Programmeren →]
- [Project: Sociaaleconomische analyse Zoetwater fase 3 →]
- [Project: Onderbouwing keuze aanleg Roode Vaart →]
- [Project: Handreiking Adaptief Deltamanagement →]