De uitdaging
Het Deltaprogramma Zoetwater wil Nederland in 2050 weerbaar maken tegen zoetwatertekort. Voor de derde fase (2028-2033) stellen de zoetwaterregio’s een nieuw voorkeurspakket met maatregelen samen. Dat pakket vormt de basis voor de deltabeslissing zoetwater in 2027 en voor investeringen uit het Deltafonds.
Om die keuze goed te onderbouwen was een sociaaleconomische analyse (SEA) nodig van ruim 250 ingediende maatregelen, in zes zoetwaterregio’s en in het hoofdwatersysteem. De maatregelen moesten op een uniforme en transparante manier vergelijkbaar worden. Dat moest bovendien binnen een beperkte doorlooptijd, en terwijl een deel van de hydrologische basisgegevens later beschikbaar kwam of minder bruikbaar bleek dan gepland.
Onze aanpak
In fase 2 was de economische analyse een maatschappelijke kosten-batenanalyse. In deze fase wordt elke maatregel apart beoordeeld vanuit drie perspectieven:
- Kosteneffectiviteitsanalyse (KEA): welke maatregelen halen de werkopgave tegen de laagste kosten?
- Multicriteria-analyse (MCA): hoe scoren maatregelen op effecten voor zoetwatergebruikers, bijdrage aan andere opgaven, flexibiliteit en uitvoerbaarheid?
- Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA): welke maatregelen hebben een positieve baten-kostenverhouding?
Elk perspectief levert een eigen beleidspakket op: een kosteneffectief pakket, een sociaal-maatschappelijk pakket en een economisch kansrijk pakket. Zo zien de regio’s welke keuzes er zijn en wat de verschillen tussen de pakketten betekenen.
De weegfactoren voor de MCA zijn samen met vertegenwoordigers van de zoetwaterregio’s, het ministerie van IenW en RWS bepaald, met een Delphi-aanpak. Nieuw ten opzichte van fase 2 zijn ook de waardering van CO₂-uitstoot door bodemdaling in veengebieden en van funderingsrisico, en het gebruik van uitgebreidere kentallen voor landbouw en scheepvaart.
De kosten en neveneffecten zijn gevalideerd door Witteveen+Bos, de hydrologische effecten in een parallelle opdracht door HKV. Bij de consultatie van het conceptrapport is gereageerd door regio’s, sectoren en andere betrokkenen. Elke regio heeft een eigen reflectie op de resultaten kunnen geven, en die is integraal in het rapport opgenomen.Belangrijk: argumentatie bij samenstelling pakket en timing van maatregelen.
Het resultaat
De tussenrapportage (juni 2026) geeft per zoetwaterregio en voor het hoofdwatersysteem het nulalternatief, de werkopgave en de beoordeling van de afzonderlijke maatregelen vanuit de drie perspectieven. De regio’s en het Bestuurlijk Platform Zoetwater gebruiken deze uitkomsten bij het samenstellen van hun voorkeurspakket.
De analyse laat ook zien hoe het droogterisico zich ontwikkelt zonder nieuwe maatregelen. Behalve de landbouw blijken de CO₂-uitstoot uit veengebieden en het funderingsrisico daarin belangrijke posten te zijn.
In de volgende stap worden de door de regio’s gekozen maatregelen samengebracht en wordt het voorkeurspakket als geheel beoordeeld. Dat komt in het eindrapport.
Gerelateerde expertise
- Download het rapport
- Methodiek: Adaptief programmeren, Maatwerk & eigen methoden, Multicriteria-vergelijking
- Werkveld: Klimaatadaptatie en verduurzaming, Brede welvaart in besluitvorming
- Gerelateerd project: Handreiking adaptief deltamanagement, Economische analyse Zoetwater