De uitdaging
Import is noodzakelijk om Nederland en Europa van voldoende duurzame waterstof te voorzien. Dit kan in verschillende vormen: vloeibare waterstof, ammoniak, methanol, vloeibaar synthetisch methaan, LOHC’s en natriumboorhydride.
Gezien de uiteenlopende eigenschappen van deze dragers en hun ketens was het cruciaal te bepalen welke maatschappelijk gezien de beste keuzes zijn. Welke ketens verdienen stimulering of facilitering? En voor welke ketens is ontmoediging op zijn plaats?
Onze aanpak
Stratelligence voerde een uitgebreide multicriteria-analyse uit die waterstofdragers en hun leveringsketens vergelijkt op basis van tien publieke belangen: betaalbaarheid, economische robuustheid, betrouwbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, adaptiviteit, rechtvaardigheid, toegankelijkheid, ruimtegebruik en milieueffecten.
Scope van de analyse:
- 7 waterstofdragers
- 48 alternatieve leveringsketens
- Van import per schip tot eindgebruik
- Verschillende transportmodaliteiten (weg, water, spoor, pijpleiding)
- Verschillende eindgebruik-scenario’s (waterstofgas, directe toepassing drager)
Methodiek:
- Gevoeligheidsanalyses voor verschillende scenario’s.
- Beoordeling op alle publieke belangen per keten.
- Weegfactoren bepaald via gestructureerde consultatie met 21 deelnemers uit overheid, industrie, kennisinstellingen en NGO’s.
- VIKOR multicriteria-ranking methode.
Het resultaat
Belangrijkste bevindingen:
1. Veiligheid en duurzaamheid wegen zwaarst (samen >50% weging) Andere belangen als betaalbaarheid, rechtvaardigheid en toegankelijkheid ook substantieel meegewogen
2. Verschillende winnaars per situatie:
- Eindgebruik waterstofgas: Vloeibare waterstof en LOHC’s scoren best bij centrale conversie in haven + transport via waterstofnet
- Direct gebruik drager: Methanol en vloeibaar synthetisch methaan presteren goed, vooral via pijpleidingen
3. Centrale conversie voordeliger dan decentrale conversie: Lagere kosten, minder energieverlies, minder milieubelasting
4. Locatie maakt verschil:
- Haven: hoogste scores (geen binnenlands transport)
- Doorvoer Duitsland: ammoniak scoort beter (risico’s buiten NL)
- Offshore conversie: kan risico’s verminderen (vooral ammoniak)
5. Transportmodaliteit cruciaal: Pijpleiding > spoor > water > weg (vooral voor ammoniak vanwege veiligheid)
6. Zonder waterstofnet-aansluiting: Vloeibare waterstof en LOHC’s beste opties, maar met logistieke uitdagingen
Conclusie: Geen eenduidige winnaar – meerdere sporen nodig afhankelijk van eindgebruik, locatie en infrastructuur.
De resultaten zijn gebruikt als bouwsteen voor de Kabinetsvisie Waterstofdragers en werden gepresenteerd op internationale workshop in Antwerpen.
Gerelateerde expertise
- Download het rapport
- Werkveld: Energietransitie en -infrastructuur
- Methode: Multicriteria-vergelijking
- Nieuws: Keynote internationale workshop